Volgen en delen via Social Media. Zijn volgers egoïstisch?
Bedrijven en mensen
Soms lijkt het wel alsof het gedrag van bedrijven overeenkomt met dat van mensen. Op zich niet raar want bedrijven worden over het algemeen gerund door mensen (hoewel je dat soms niet zou denken). Zeker waar het de inzet van social media betreft, vertonen bedrijven opvallend vaak menselijk gedrag. Zo zijn ze vaak egoïstisch…
Volgen en delen
Sociale netwerk sites worden voor twee dingen gebruikt: volgen en delen. We volgen onze vrienden en favoriete merken via de News Feed op Facebook of bijvoorbeeld via een Twitter stream. En als we iets leuks of interessants meegemaakt, gezien of gelezen hebben, delen we het via een of meerdere social media platforms met onze volgers.
Geven en nemen
In plaats van de woorden ‘delen’ en ‘volgen’ zou je ook ‘geven’ en ‘nemen’ kunnen gebruiken. Mensen die gedurende hun leven voornamelijk ‘nemen’, worden vaak als egoïstisch bestempeld. Zijn bedrijven die alleen maar ‘volgen’ of ‘nemen’ dan ook egoïstisch? Waarschijnlijk wel. Is dat erg? Wel als je het opbouwen van lange termijn relaties met klanten en potentiële klanten belangrijk vindt.
Geven om te nemen
Als bedrijven iets geven, dan doen ze dat uiteindelijk om te nemen. Bijvoorbeeld een werknemer een goede bonus geven zodat hij harder werkt en beter rendeert. Of geld schenken aan een goed doel zodat het imago van je bedrijf verbetert en meer consumenten jouw product kopen. Of mensen het gevoel geven dat er naar ze geluisterd wordt door te reageren op hun berichten. Of pro actief leuke en interessante nieuwtjes met je volgers delen zodat zij dat weer delen met hun vrienden en jij gratis reclame voor je bedrijf krijgt.
Inzet van social media
Als bedrijf heb je de kans om met de juiste inzet van social media te werken aan de reputatie van je bedrijf en aan de relaties tussen jou als bedrijf en je klanten. Maar dan zal je wel moeten investeren door te ‘geven’ en te ‘delen’. Daarom is het zo belangrijk dat je je als bedrijf realiseert dat je eerst moet geven voordat je kan nemen (lees: meer kan verkopen). Wat beweegt je doelgroep? Wat verwacht jouw doelgroep van jou als bedrijf? En hoe kan je ze op een positieve manier verrassen?
Niet alleen ‘luisteren’
Veel bedrijven zijn al begonnen met ‘volgen’ (ook wel ‘luisteren’ genoemd). Ze inventariseren wat er over hun merk geschreven wordt, maken daar mooie rapporten over en leren zo hun doelgroep beter kennen. Een prima vertrekpunt want het is altijd goed om te weten wat je doelgroep bezig houdt. En om te weten hoe ze zich uiten zodat je een passende stijl van communiceren kan definiëren. Maar wacht vooral niet te lang met ‘geven’ want zolang je alleen maar ‘neemt’, vertoon je egoïstische trekjes en dat is niet handig in het geval van sociale media.
loading...
loading...
Gebruik van social media op de mobiele telefoon: Vervelend of juist niet?
Je kent het verschijnsel waarschijnlijk wel: ben je op een leuk feestje, een concert of zomaar bij een bezienswaardigheid, staan er allemaal mensen om je heen naar het schermpje van hun mobiel te turen, berichtjes te tikken en foto’s en filmpjes te maken. En dat allemaal met dat ene apparaatje dat inmiddels ook toegang tot internet heeft.
Vervelend? Nee hoor, eerder heel sociaal. Want als dat mobieltje een smartphone is, is de kans groot dat hetgeen de mensen om je heen zien en meemaken, direct gedeeld wordt met vrienden en familie. Precies, met behulp van diezelfde mobiele telefoon. En natuurlijk met behulp van Facebook, Hyves en Twitter.
“Delen op sociale netwerken vaker vanaf telefoon dan computer”
Je wist natuurlijk al dat we met zijn allen massaal gebruik maken van sociale netwerken. En je wist vast ook al dat ongeveer zeven op de tien mensen op een of meerdere social media sites actief is. Maar wist je ook al dat uiteindelijk meer mensen via hun mobiele telefoon hun ervaringen zullen delen dan via een laptop of desktop?
Als je een moment stil staat bij het fenomeen ‘delen’, is dat een hele logische voorspelling. Want leuke dingen die je wilt delen, maak je vaak mee op andere plaatsen dan thuis of op het werk. Dus op plaatsen waar je mobiele telefoon het enige apparaat is waarmee je die ervaring direct kunt delen met je vrienden. En direct delen is leuker (want actueler) dus waarom wachten tot je weer achter je PC zit?
Kortom, neem het mensen niet kwalijk als ze massaal met hun mobiel aan het spelen zijn terwijl jij 100% gefocust bent op het optreden van je favoriete band. Het is echt heel sociaal gedrag en biedt ook jou de kans om leuke ervaringen van anderen te volgen. Maar dan wel op een moment dat jij je verveelt natuurlijk. Bijvoorbeeld in de trein, op de camping of toch gewoon op het werk.
Een paar cijfers (met dank aan Flowtown) om deze ontwikkeling te illustreren:
loading...
loading...
cijfers, facebook, feiten, hyves, mobiel, mobiel internet, mobiele telefoon, social media, twitter
Het semantisch web in begrijpelijke taal
Het semantisch web… Wat is dat nu weer? Je hoort en leest er steeds meer over. Internet bedrijven, wetenschappers, overheden… Iedereen lijkt er druk mee maar wat is het semantic web in begrijpelijke taal? Waar komt het vandaan en wanneer “is het er dan”?
Semantisch wil zoveel zeggen als “de betekenis lerend”. Het semantisch web zou je grofweg kunnen definiëren als een web van verbanden. Verbanden gelegd tussen informatie op het internet, waardoor nieuwe inzichten kunnen ontstaan. Neem de volgende vier zinnen:
Voorbeeld: Het belang van verbanden leggen
Tony Hayward is de CEO van BP- De CEO van BP zit op een zeilboot in de Golf van Mexico
- Er vaart slechts één boot in de Golf van Mexico
- Er is een zeilboot omgeslagen in de Golf van Mexico
Elk van deze vier zinnen is op zichzelf niet bijzonder spannend maar als we deze vier zinnen achter elkaar lezen, is te concluderen dat de CEO van BP (nog erger) in de problemen zit. Nu staan de vier zinnen handig genoeg toevallig achter elkaar in één blogpost, maar wat nu als elk van deze 4 nieuwsitems op totaal verschillende websites hadden gestaan?
Mens versus software
In bovenstaande voorbeeld is het voor een mens eenvoudig verbanden te leggen en tot bovenstaande conclusie te komen. Voor een computer is dit echter niet zo eenvoudig en al helemaal niet als deze vier zinnen los van elkaar op verschillende plekken hadden gestaan. Hoe had een computer of internet spider dit verband kunnen leggen? Dat is vrijwel onmogelijk. Tenzij we speciaal voor een computer wat extra informatie zouden kunnen geven. Informatie die de informatie beschrijft. Speciaal voor computers.
Beschrijvende informatie in onzichtbare broncode: snippets en microformats
De broncode van een webpagina bevat naast de getoonde informatie ook informatie over opmaak zoals lettertype, afbeeldingen, animaties, links en menu’s. Met links worden websites aan elkaar gekoppeld en vindbaar maar voor het Semantic Web zijn een paar links niet genoeg. Het is slechts een verwijzing. Voor computers/software/spiders is het belangrijk te begrijpen wat de relatie van de verwijzing is tot het artikel. En daarvoor zijn zogenoemde ‘rich snippets’ en microformats bedacht. Het zijn stukjes broncode die informatie omschrijven of juist verrijken door de informatie aan andere gerelateerde informatie te koppelen.
Voorbeeld: Wat gebeurt er in de familie van X?
Als je je familie aan iemand voorstelt, vermeld je daarbij ook vaak de relatie tot jou. “Dit is mijn moeder, mijn broer, neef, kleinkind, etc”. Als je met je hele familie zou afspreken dat iedereen op zijn/haar eigen blog slechts één link plaatst naar een ander familielid en de link omschrijft met microformats, dan is het voor een computer (dan wel spider) mogelijk om te bepalen “wie jouw hele familie is”. Als een verre achterneef een kindje krijgt, is het dus geen kunst meer vast te stellen dat “er in jouw familie een kindje is geboren”. En dat allemaal doordat je één link naar een ander familielid hebt geplaatst.
Semantisch web is er al
Het semantisch web klinkt als een belofte. Als “iets in de toekomst” wat we hopelijk nog gaan meemaken. Maar het semantisch web is er al, het moet alleen nog groeien. Hoe meer webbouwers gebruik zullen maken van snippets en microformats en niet alleen links plaatsen, maar ook ook verbanden verklaren, hoe groter het semantisch web wordt. Grote maar ook kleine internet partijen doen al mee. Uiteraard maken bedrijven als Google, Yahoo en Facebook steeds meer gebruik van het semantic web maar ook andere partijen ontdekken het belang ervan. Berichten als “Health sites use semantic technologies to provide better results” zullen we dan ook steeds vaker gaan tegenkomen. Uitgever Bohn Stafleu van Loghum, onderdeel van Springer Media, heeft bijvoorbeeld bij de ontwikkeling van zorgkaartnederland.nl ook al microformats toegepast liet Product Manager Jos Groenendaal mij weten. Onzichtbare stukjes broncode als je de website bezoekt, maar voor zoekmachines als Google (die de verbanden ook al in zoekresultaten laat zien) bijzonder gewaardeerd.
Scoutle.com
“Semantisch” wil natuurlijk niet altijd zeggen dat websites “gebruik maken van rich snippets en microformats volgens bepaalde afspraken”. Het in 2008 gelanceerde semantisch bloggersnetwerk Scoutle.com (ontwikkeld door ondergetekende) legt zelf verbanden en leert middels algoritmes de blogosfeer kennen, maar dan geautomatiseerd en zonder gebruik te maken van microformats of snippets. Scoutle leert juist door te kijken naar zowel bloggers als bezoekers van blogs en berekent daarbij voorkeuren en verbanden die worden gelegd.
Semantic Ready: belang van meedoen aan het semantisch web
Het moge duidelijk zijn dat het belang om je blog of website “Semantic Ready” te maken groeit want je wilt natuurlijk dat ook jouw website gaat opvallen en meedoet als computers verbanden gaan leggen. Terugdenken aan het voorbeeld van de familie… Wat als een familielid niet in het link-kringetje voorkomt? Dan zou die door de computer simpelweg worden uitgesloten. Het is dus voor elke website van belang ook in te gaan zetten op het semantic web. Want deze intelligente boot wil je niet missen.
(Geschreven door Godfried van Loo, Creative Director en Founder van Yocter b.v.)
loading...
loading...
Help, ik moet iets met social media! Wat nu?
Het zal je maar gebeuren: heb je eindelijk je online strategie op orde, moet je aan de slag met social media! En het was zo overzichtelijk… Gewoon een advertentie in de krant, een spotje op radio en televisie, misschien nog een paar advertorials (je weet wel, van die artikelen die eigenlijk advertenties zijn) in magazines en klaar was je.
Nu heb je rekening te houden met een enorm fragmenterend medialandschap met honderden en soms zelfs duizenden relevante websites, consumenten die overal en nergens zijn en zich ook nog eens steeds lastiger laten verleiden om op jouw mooie ‘rich media’ banner te klikken. En dan moet je dus ook nog aan de social media… Help!!
Vooruit dan, we zijn er immers om elkaar te helpen. Daarom hieronder een opzetje voor de hoofdstukindeling van je social media plan. Gewoon even een dag telefoon en e-mail uit, internet bij de hand voor wat desk research en tikken maar. Je baas zal versteld staan van het resultaat.
HOOFDSTUKINDELING SOCIAL MEDIA PLAN
Hoofdstuk 1: ken je klanten
Wie zijn mijn klanten? En welke mensen zou ik graag als klant willen hebben? En vooral: wat doen ze, wat vinden ze belangrijk en waar zijn ze?
Hoofdstuk 2: help je klanten
Wat wil ik als organisatie dat deze mensen gaan doen? Wat moeten ze kopen? En…waarom worden die mensen er beter van als ze met mij in zee gaan?
Hoofdstuk 3: word vrienden
Beschrijf hier hoe je een langetermijnrelatie met je doelgroep op gaat bouwen. Hoe je ze op gaat zoeken op hun favoriete plek (tip: dat zou weleens Hyves, Facebook of Twitter kunnen zijn) en hoe je ze gaat verleiden om jouw vriendje te worden.
Hoofdstuk 4: blijf vrienden
Hier ga je schrijven over vriendschap. Wat is de basis van een goede vriendschap (geven en nemen, eerlijk zijn, voor elkaar klaar staan,…?) en hoe ga jij als organisatie die vriendschappen onderhouden.
Hoofdstuk 5: geven om te nemen
Vrienden zijn er om elkaar te helpen, bijvoorbeeld als je gaat verhuizen. Of als de muren geverfd moeten worden. Of als je advies nodig hebt bij de aankoop van een nieuwe computer… Als jij je vrienden helpt, helpen ze jou waarschijnlijk ook. Wellicht zelfs door jouw product te kopen. Schrijf hier dus hoe je je vrienden gaat verleiden om jou te helpen…door hen te helpen!
Hoofdtuk 6: samenvatting
Tijd voor een samenvatting zodat je baas niet alles door hoeft te lezen (druk, druk, druk). Oh ja, dit mag ook hoofdstuk 1 zijn; scheelt weer scrollen / bladeren.
Hoofdstuk 7: actielijst
Een 1,2,3-tje zodat iedereen weet wanneer wat gedaan moet worden. En door wie natuurlijk.
Succes!
loading...
loading...
actielijst, doelgroep, klanten, plan, social media, strategie
Maakt social media Google Search en SEO achterhaald? Websitebouwers opgelet.
Een vakantie plan je natuurlijk ruim van tevoren en uiteraard via Internet. Je laat Google je vertellen waar je heen gaat, slaapt, welke bezienswaardigheden je gaat bezichtigen en misschien zelfs welke souvenirs je mee terug neemt. De zoektocht naar en vindbaarheid van informatie op internet wordt dan ook steeds belangrijker. Wordt het werkwoord ‘googelen’, net als ‘kaartlezen’, een ouderwets werkwoord? Duidelijk is dat er meer zaken zijn waar webbouwers naast SEO op moeten letten.
Gevonden worden in zoekmachines
Om informatie te vinden op internet, kan je een zoekmachine gebruiken. Je typt een paar termen in en er verschijnen resultaten. De volgorde van die resultaten (wat staat er op plek 1?) is van cruciaal belang. Zowel voor de persoon die zoekt, als de websites die graag gevonden worden op die combinatie zoektermen. Kapitalen gaan om in het zogenaamde “Search Engine Optimization” (SEO); zorgen dat een website zo hoog mogelijk scoort in zoekmachines en vooral, in Google.
Bepalen van de volgorde
Voor het bepalen van de volgorde spelen veel factoren mee. Oude zoekmachines als Altavista of Ilse, lieten de volgorde bepalen door de ‘hoogste bieder’. De oprichters van Google vonden echter dat alleen de gevonden website daarbij is gebaat, niet de zoeker. Google kijkt naar de ‘inkomende links’ van een website; het aantal links dat naar een website verwijst. Immers, als heel veel andere websites een link hebben geplaatst naar de website van Yocter, dan is deze website vast waardevol en dus moet deze hoog terechtkomen in de resultaten wanneer mensen bijvoorbeeld zoeken op ‘social media voor bedrijven‘. Inmiddels zijn ook andere zoekmachines overgegaan op deze methode, zoals Bing van Microsoft.
Is dit alles?
Google Search heeft niet stilgezeten en kijkt inmiddels naar veel meer dan links alleen, al is het basisprincipe (aantal inkomende links) gelijkgebleven. Maar social media maakt het mogelijk om op andere manieren aan je informatie te komen. Biedt Google nu een passend antwoord bij zoeken op ‘leuk restaurantje utrecht“? Waarschijnlijk niet, en dat komt vooral omdat iedereen zijn eigen idee heeft van wat ‘leuk’ is. Maar hoe kan Google nou weten wat ‘leuk’ is voor jou?
(EDIT:) Google kan je in zoekresultaten ook naar kaartjes sturen waar andere beoordelingen geven over restaurantjes of naar websites als iens.nl die eveneens veel aan SEO doen. Toch zou je tussen al die informatie misschien liever gewoon aan je vrienden vragen… Wat is een leuk restaurantje on Utrecht?
Zoeken met informatie die je niet opgeeft
Google leert steeds meer en zal ook social media gaan gebruiken om zoekresultaten te verfijnen. Het duidelijkste voorbeeld is dat Google zo snel mogelijk social media wil indexeren om ernaar te kunnen verwijzen. Maar sociale netwerken hebben natuurlijk de meeste kennis van de social media die jij en je vrienden daar achterlaten. Immers, daarin geef je aan van welke muziek je houdt, wat voor werk je doet, waar je uitgaat, wat je lekker vindt, wie je vrienden zijn… En dat laatste is misschien nog wel het meest belangrijk. Want je vrienden, geven dit ook aan. Met al die informatie is ineens wel op te maken wat je ‘leuk’ vindt. Als 80% van je vrienden van motorrijden, tatoeages en bier houdt, zegt dat ook iets over jou. Het Nederlandse Rijschool Network, van Rory Ligthart, adviseert bijvoorbeeld via Hyves welke rijschool voor jou het meest interessant is. Dit op basis van waar je vrienden rijlessen hebben gehad en hoe ze dit vonden. Hiermee wordt “googelen” dan ook helemaal overgeslagen.
Ook voor het voorbeeld van het restaurantje gaat dit op, want mogelijk hebben je vrienden (of hun vrienden) ook wel eens ergens in Utrecht gegeten en op sociale netwerken aangegeven welke restaurantjes zij leuk vonden. Daarmee is ineens een stuk duidelijker wat jij bedoelt met ‘leuk restaurantje utrecht’. Iets wat Google je niet had kunnen vertellen.
Belang van Link en belang van Like
Facebook opent nu de aanval op Google met een nieuwe manier van zoeken en gevonden worden. Met “Like” buttons kunnen mensen aangeven welke website of webpagina ze “leuk” vinden. Hiermee tippen ze enerzijds hun vrienden, zoals StumbleUpon dit ook doet, maar wordt deze informatie ook gebruikt om zoekresultaten in Facebook te rangschikken. Websites die door veel van je vrienden worden gewaardeerd, komen dan hoger in de zoekresultaten. Bij Google levert zoeken op “leuk restaurantje utrecht” dezelfde resultaten op als wanneer je moeder of je buurman hierop zou zoeken. Met de techniek die Facebook nu ontwikkelt, is voor iedereen een andere volgorde denkbaar. Want iedereen heeft andere vrienden en andere voorkeuren.
(EDIT:) Uiteraard zit ook Google niet stil en pogen ook zij een graantje in de Social Search mee te pikken. Platforms als Google Buzz, initiatieven als Personalized Search maar ook verschillende social networks die Google start of koopt als Orkut, Jaiku of Google.me waarover meer en meer geschreven wordt.
Websites eigenaren opgelet: Maak websites Likebaar
Websites eigenaren opgelet: Maak websites Likebaar
Facebook biedt webbouwers verschillende mogelijkheden om hun websites geschikt en vindbaar, of beter: Likebaar, te maken voor Facebook. Met Facebook Like Buttons maar bijvoorbeeld ook middels nieuwe soorten meta-tags (stukjes broncode speciaal gericht op de servers van Facebook). Naast een mooi ogende, overzichtelijke en zoekmachine-vriendelijke website begint social media nu ook aan de achterkant van websites belangrijk te worden. Want na Facebook, zullen ongetwijfeld ook andere sociale netwerken met dergelijke initiatieven komen gevolgd door nieuwe innovaties als Flattr waar men geld kan doneren voor content die je waardeert. Flattr leert op die manier eveneens welke informatie op Internet waardevol dan wel waardevoller is en wat jij wel en niet interessant vindt. Wat volgt er nog meer? Ongetwijfeld zal Google niet stil blijven zitten en door meer te leren van jou als persoon en alle social media om je heen.
(Edit:) Belang van SEO verdwenen?
Voor de volledigheid, in navolging van verschillende reacties op dit artikel van professionals die hun geld verdienen met SEO, moge het duidelijk zijn dat dit artikel niet het einde aankondigt van SEO of Search. Sterker nog, social media heeft ervoor gezorgd dat ook zoekmachines als Google genoodzaakt zijn hun algoritmes bij te stellen en zoekresultaten nog beter afstemmen op de persoon. Zoekmachines zijn (en blijven) van groot belang. Dat zal niemand tegenspreken, zo ook dit artikel. Juist nu ook zoekmachines het belang van social media hebben ingezien en deze actief opnemen in hun zoekresultaten. Voor websitebouwers is dit alles alleen maar goed nieuws. Je kunt websites naast zoekmachine vriendelijk nu ook nog “social media vriendelijk” maken. Zo kan je traffic genereren uit social media en social networks, maar kunnen ze elkaar ook nog eens versterken. Nu zoekmachines social media gebruiken om de zoekresultaten af te stemmen, is het belangrijk om als website bouwer en eigenaar niet alleen maar aan SEO te werken, maar ook te zorgen dat je website Likebaar is.
Eens proberen? Klik dan hieronder op de Facebook Like button.
(Geschreven door Godfried van Loo, Creative Director & Founder Yocter b.v.)
loading...
loading...
Social media in het dagelijks leven. Wat merken we ervan?
Van social media wordt nog wel eens verweten dat het ‘zich allemaal op internet afspeelt’. Je ziet er weinig van in het dagelijks leven. Niet minder dan 9 miljoen Nederlanders (79 procent van de online populatie) bezoekt wel eens een sociale netwerksite met Hyves aan kop (66%) en een snel opkomende 27% van Facebook. Maar wat zie je daarvan in het dagelijks leven? Wat merkt de niet-twitterende medemens daarvan en kan je nog om social media heen?
.
Social media en de pers
Allereerst ziet de pers social media steeds vaker als bron. Allereerst omdat de bron te vertrouwen is. Immers, berichten op een Twitter account of Hyves profiel van welke bekende Nederlander ook, zijn vrijwel zeker door de persoon in kwestie geschreven. Tijdens de verkiezingen werden social media
dan ook door de pers vaak gebruikt om aan te referen. “Femke Halsema laat via Twitter weten dat…” . Daarnaast kan je social media berichten gebruiken om een gesprek luchtiger te maken of om simpelweg zendtijd of een krant te kunnen vullen. Vroeger wisten we niet wat politici deden in hun vrije tijd. Nu zijn ze juist druk in de weer met social media om te laten zien ‘hoe gewoon ze eigenlijk zijn’ en maar al te eager om foto’s van hun kinderen te uploaden of te twitteren dat ze weer lekker hebben bijgebabbeld met andere ouders die hun kinderen van de basisschool haalden.
Social media in het openbaar vervoer
Maar zelfs al zou het social media landschap zich achter een internet horizon afspelen, in het dagelijks leven zijn er al minimale hints te herkennen dat die horizon geen uren surfen van ons verwijderd is. Waar mensen vroeger in de trein met hun mobiele telefoon alleen nog andere konden irriteren met luide ‘grappige’ Jamba ringtones, zie je steeds vaker mensen, in een hoekje gekropen, ijverig op hun mobiele telefoon tikken, scrollen en surfen. Of om meer social media gerelateerde werkwoorden te gebruiken:
twitteren, hyven, inchecken, updaten en sharen. Geluidsoverlast maakt zo steeds meer plaats voor complete afsluiting. Het volgende voorval is dan ook typerend: Via Twitter las ik dat twee bekenden er, eveneens via Twitter, achterkwamen dat ze in dezelfde trein zaten. Vroeger stond je op en ging je bij elkaar zitten, nu was dit aanleiding om via Twitter elkaar te vertellen waar ze naar op weg waren en wat ze gingen doen. Want ja, dan weten je volgers dat ook meteen.
.
Social verjaardagsfeestje
Maar ook in de huiskamer met radio en televisie uit weten social media ons te bereiken. Foto’s en video’s van gebeurtenissen geschoten met mobiele telefoons duiken overal op, of dat nu een vliegramp of “Funniest-home-video-moment” betreft. Op verjaardagsfeestjes geen kringgesprek meer, maar in kleine groepjes om en om plaatjes en filmpjes analyseren op een mobiele Facebook of YouTube website. En als ook dat niet leuk genoeg is, twitter je met je vrienden die niet aanwezig zijn over hoe saai het feestje of hoe gaaf het concert is waar je je op dat moment bevindt.
Spontane ontmoetingen
Het is natuurlijk prettig om elke week op een vaste tijd, vaste locatie met een vaste groep af te spreken. Maar onze eigen vrienden zijn saai geworden. Allereerst omdat we via twitter toch allang alles weten. Je hoeft niet meer te vragen WAT iemand afgelopen weekend heeft gedaan of HOE het was, maar begint een zin met “Zo, dus Antwerpen was leuk?” hopend dat de persoon aan wie je het vraagt misschien een foto niet heeft durven uploaden of iets heeft gedaan wat niet ‘shareble’ was. Nee, afspreken met vrienden is zinloos. Via social media kom je gelukkig vrij gemakkelijk in contact met gelijkgestemden. Of dat nu op politiek, religieus, seksueel gebied of anderszins is. Maar zelfs al heb je geen enkele overtuiging of hobby, dan meld je je gewoon aan voor een bijeenkomst zonder onderwerp. Gewoon, een bijeenkomst. Met een paar duizend man kan dat al snel tot een dode leiden maar kan een dergelijke bijeenkomst ook simpelweg op voorhand worden verboden omdat 50.000 mensen bij de Eifeltoren de politie van Parijs geen goed idee lijkt.
Uitgaan zonder af te spreken
Tot een paar jaar geleden ging je op zaterdagavond uit en werd vlak voordat je de deur uitging gevraagd:”Waar gaan we heen?” Altijd weer lastig. Tegenwoordig is die vraag overbodig. Kijk gewoon waar de meeste vrienden hebben ingecheckt op Foursquare! En wil je het nog nauwkeuriger weten (wat als iemand vergeten is in te checken?) dan zou je met Google Latitude de stipjes van je vrienden op een kaart kunnen bekijken. En heb je een oogje op iemand? Hou zijn of haar incheck momenten in de gaten en je twijfelachtige “Goh, jij ook hier? Wat toevallig!” openingszin is al klaar voor gebruik.
Social media en criminaliteit
Naast criminelen die op internet actief zijn, biedt social media ook genoeg kansen voor de ouderwetse offline crimineel. Want een autodief die op bestelling een rode Fiat 500 wil jatten, kijkt gewoon in Twitter wie over zijn bolide iets heeft geschreven en waar die persoon nu is. Je hoeft niet meer naar buiten om te zoeken, je kiest gewoon de auto die het dichtsbij is of misschien zelfs wel jouw kant op komt! Want een onschuldig bericht als “Ik rij met mijn lieve Fiat 500 naar @jantje aan de Dorpstraat in Lunteren. Zin in! #housewarming” kan vervelend uitpakken.
“Rij met mijn lieve Fiat 500 naar @jantje aan de Dorpsstraat in Lunteren. Zin in! #housewarming”
Social media is al een belangrijke speler in ons dagelijks leven
Social media is al een belangrijke speler in ons dagelijks leven. Zowel positief als negatief en bovenstaande is nog maar een klein deel daarvan. Social media en de snelheid waarmee het zich verspreidt redt levens, brengt mensen bij elkaar, creëert banen en bevrijdt en verspreidt informatie maar zoals met alles, is er ook een keerzijde. Social media is in ieder geval zeker niet iets dat “zich allemaal op internet afspeelt’. Het is onderdeel van ons leven geworden.
(Geschreven door Godfried van Loo, Creative Director & Founder Yocter b.v.)
loading...
loading...
criminaliteit, dagelijks, gevolgen, leven, maatschappij, negatief, positief, social media
Social media & mond tot mond reclame
Om de kracht van social media te begrijpen, moet je begrijpen hoe de oudste vorm van reclame werkt: mond tot mond reclame. Het fenomeen bestaat al zolang als mensen kunnen praten. En zelfs daarvoor was het vast niet ongebruikelijk om positieve ervaringen met vrienden en familie te delen: “Da’s een lekker stukje vlees!” en “Aan die boom groeien lekkere appels!” (in gebarentaal).
Social media
Stel: je werkt op een marketingafdeling en je denkt na over de inzet van social media. Hoe werkt social media precies? Waar moet ik mee beginnen? Wat moet ik wel doen en wat vooral niet? Realiseer je dan dat een social media platform als Hyves niks anders is dan een plek waar vrienden en familie informatie en ervaringen met elkaar delen. Net als in de kroeg, bij de sportvereniging of tijdens de zoektocht naar voedsel in de prehistorie.
Hyves, Facebook en Twitter
We delen dus informatie en ervaringen via social media platforms als Hyves, Facebook en Twitter. Hoe zorg je er dan voor dat positieve ervaringen die mensen met jouw product hebben, gedeeld worden via social media? Het antwoord: verplaats je in je klant en denk na over het ‘waarom’: waarom zou ik een ervaring met een product willen delen? En met wie?
Tevreden klanten
Stel dat ik een klant ben van een grote Japanse autoproducent. Ik ben enorm tevreden met mijn bolide want hij laat me nooit in de steek. Ik heb zelfs een band met mijn auto opgebouwd omdat hij me altijd veilig en droog op de plaats van bestemming brengt. Als een vriend mij op een verjaardag vraagt wat voor auto hij het beste kan kopen, zal ik hem zeker adviseren om ook zo’n Japanner te kopen.
Ervaringen op internet delen
Had die vriend ook op andere manieren te weten kunnen komen dat ik goeie ervaringen heb met Japanse auto’s? Wel als ik die positieve ervaring gedeeld had via mijn online netwerk op bijvoorbeeld Facebook of Hyves. Als het bewuste Japanse merk mij had gevraagd om lid te worden van hun Facebook of Hyves groep, had ik die uitnodiging waarschijnlijk geaccepteerd. Zeker als ik via die groep als eerste op de hoogte gesteld word van interessant nieuws, leuke acties en goeie aanbiedingen.
Communities
Als ik lid word van zo’n groep (een Hyve of een Facebook Fanpage), kunnen al mijn vrienden dat zien. Bijvoorbeeld in een overzicht met wat je vrienden aan het doen zijn of meegemaakt hebben. Of in het overzicht met mijn favoriete merken op mijn profielpagina. Vrienden die zien dat ik lid ben van die groep, kunnen ervan uitgaan dat ik fan ben van dat Japanse automerk en dat ik daar goede redenen voor heb. Anders zou ik die informatie niet delen.
Profielpagina’s
Een stap verder. Ik ben klant van dat automerk. Dat automerk weet dat ik klant ben en heeft mijn e-mailadres. Ik ontvang een e-mail waarin het automerk een leuke actie communiceert: “Voeg dit spelletje middels een gadget toe aan je profielpagina op Hyves of Facebook, speel het spelletje met je vrienden en maak samen kans op een reis voor 5 personen naar Japan!” Mmm, dat vind ik best een leuke actie en dat spelletje ziet er ook leuk uit. Weet je wat, ik voeg de gadget van mijn favoriete automerk toe aan mijn profiel!
Ambassadeurs
Nu ben ik dus samen met andere tevreden klanten lid van een community. Tevreden klanten die hun favoriete automerk via hun favoriete platform volgen en informatie delen met hun vrienden. Verder heb ik een gadget aan mijn profiel toegevoegd omdat ik de inhoud – bijvoorbeeld het spelletje – leuk vind. En natuurlijk omdat ik graag met vrienden naar Japan wil. Veel mensen in de communicatiebranche zouden mij nu een ‘brand ambassador’ noemen. Iemand die een vorm van mond tot mond reclame maakt voor zijn favoriete merk. En is dat niet wat we als marketeers allemaal willen?
loading...
loading...
Hogeschool Utrecht vraagt studenten om hulp bij social media
Ook kennisinstellingen ontdekken social media. De huidige student is opgegroeid met sociale netwerken en social media is voor hem of haar dan ook eerder gangbaar dan ‘iets nieuws’. Maar wat moet een hogeschool of universiteit met social media? Hoe kunnen zij social media optimaal inzetten? Welke kanalen? Wat voor soort informatie en hoe ga je om met reacties?
De Hogeschool Utrecht vraagt het aan … de student zelf.
-
De Battle van de Hogeschool Utrecht
“De HU ziet mogelijkheden om via bestaande online netwerken en social media een relatie op te bouwen met studenten zodat zij na afloop van hun studie verbonden willen blijven aan de HU.” zo staat geschreven in de omschrijving van de Battle die de Hogeschool Utrecht heeft uitgezet bij Battle of Concepts. De HU roept studenten op om mee te denken. De vraagstelling:
“Voor de HU is het van belang om een relatie op te bouwen met de huidige studenten die langer duurt dan de studieperiode van 4 jaar, wellicht zelfs een leven lang! Maar hoe doe je dat?”.
Hoe doe je dat?
De Hogeschool Utrecht is niet de enige die met social media bezig is. Zo hebben steeds meer hogescholen en universiteiten wel een pagina met links naar de kanalen waar zij actief zijn, zoals de Universiteit van Birmingham. In Nederland organiseerde de Avans Hogeschool onlangs nog samen met KPN een event over social media waar ruim 250 mensen op afkwamen. Daarnaast, bij zoeken op ‘twitter’ of ‘facebook’ + de naam van een kennisinstelling kom je altijd wel ergens uit.
Een oerwoud van social media en kennisinstellingen
Van de Hogeschool Utrecht zelf is ook een Twitter Account waar berichten van HU Media en het HU blad Trajectum worden doorgeplaatst. Overigens heeft Trajectum ook weer een Twitter Account (nu ruim 600 volgers) en Facebook Fanpage (nu 43 fans). Daarnaast vind je na een korte zoektocht op Google nog een Twitter account van de Hogeschool Utrecht te Amersfoort en eentje van Utrecht (zonder Tweets). Opvallend is dat in de Twittergids top 100 in categorie hogescholen een student van de Hogeschool Utrecht (Simon Vreeman, nummer 7) hoger genoteerd staat dan Trajectum (14) en de vestiging in Amersfoort (72). Deze student heeft bovendien ook meer volgers. Zou het een idee zijn om deze student pro-actief te benaderen voor deze Battle? Verder vinden we op Hyves ook een Hogeschool Utrecht Hyve (die echter niet wordt beheerd door de HU zelf) en zijn er nog allerlei groepen op Facebook, LinkedIn en Hyves van faculteiten en andere gegroepeerde studenten.
Zoals hierboven al duidelijk wordt, circuleert er al veel content via social media over kennisinstellingen maar is dit niet vanuit de kennisinstellingen zelf geïnitieerd. Hierdoor is het enerzijds lastig hier vat op te krijgen maar ook om ‘officiële’ berichten te verspreiden. Daarnaast kan je concluderen dat de bijna 6000 leden van de Hogeschool Utrecht Hyve wel een merk uitdragen op hun profiel. Wat kan de HU voor deze leden betekenen? En hoe?
Win geld met je oplossing
Met € 5000,- prijzengeld hoopt de HU dat studenten hun ideeën kenbaar maken en daar natuurlijk ook nog eens geld mee verdienen. Ook als je niet-student of alumnus van de Hogeschool Utrecht kan je aan deze Battle meedoen. Het gaat de HU, zoals in de Battle omschreven, vooral over het inzetten van social media om alumni aan zich te binden, te voorzien van bruikbare informatie en uiteraard mee in contact te blijven nadat ze hun diploma hebben gehaald. De Hogeschool Utrecht heeft gekozen, geheel in de gedachte van ‘social media’, voor een Open Battle. De concepten zijn na de deadline door iedereen in te zien. Ook voor andere hogescholen.
Heb je een goed idee waarmee de Hogeschool Utrecht social media kan inzetten? Stuur je idee in en maak kans op het € 5000,- prijzengeld!
loading...
loading...
Online reputatiemanagement en social media – Ben ik hot or not?
Met de razendsnelle opkomst van social media platforms als Hyves, Facebook, Twitter en LinkedIn en het massale gebruik door de internettende medemens, zijn we steeds meer informatie over onszelf prijs gaan geven. Mits je er voor zorgt dat de informatie die je online zet alleen zichtbaar is voor de mensen met wie je de informatie wilt delen, kan je er je voordeel mee doen. Maar dan moet je er wel voor zorgen dat je online goed ‘uit de verf’ komt.
Het Amerikaanse onderzoeksbureau PewInternet heeft een rapport gepubliceerd over de manier waarop mensen omgaan met hun online reputatiemanagement. Hoe houden we onze online reputatie in de gaten? En wat doen we eraan om onze reputatie te ‘onderhouden’? En hoe verhouden de uitkomsten van het onderzoek zich ten opzichte van 4 jaar geleden, toen een site als Facebook net twee jaar bestond en nog veel kleiner was?
Jezelf googelen
Opvallend is dat inmiddels ruim 57% van de internetters zichzelf Googled. Een prima manier om uit te zoeken waar je naam allemaal opduikt. En of dat wel plaatsen zijn waar je gevonden wilt worden. Natuurlijk worden de uitkomsten minder relevant als je een vaak voorkomende naam hebt. 62% van de mensen die zichzelf opzoekt middels een zoekmachine, komt er dan ook achter dat de meeste zoekresultaten geen betrekking hebben op hun eigen persoon.
Als we het hebben over online reputatiemanagement, is online daten een mooi voorbeeld. Je wilt immers goed voor de dag komen als je jezelf als ‘beschikbaar’ opgeeft bij een dating site, zowel op je profielpagina van de dating site als elders op het world wide web. 34% van de mensen die online daten gaat namelijk op internet op zoek naar meer informatie over hun date. Ook als je gaat solliciteren mag je tegenwoordig verwachten dat de persoon die jouw sollicitatie in behandeling neemt, onderzoek doet naar je online reputatie. Oppassen dus met het plaatsen van foto’s op social media sites waarop je jezelf wellicht van een minder positieve kant terugziet.
Taggen
Over foto’s gesproken: het ‘taggen’ van foto’s is in een korte tijd enorm populair geworden. Leuk toch dat als je een foto ziet en je muis over de gezichten beweegt, je te zien krijgt wie die mensen zijn? En ook heel fijn dat je op je eigen profielpagina opeens linkjes aantreft naar foto’s op andere profielen waar jij op staat, toch…? Volgens het onderzoek geldt dat in ieder geval niet voor iedereen want 30% van de respondenten neemt de moeite om die ‘tags’ te verwijderen zodat hun eigen persoon niet meer te herleiden is tot bepaalde foto’s.
Tot slot nog twee opvallende zaken uit het rapport: 56% van de internetters is actief in het ‘unfrienden’; het verwijderen van vrienden uit je vriendenlijst zodat ze geen toegang meer hebben tot de informatie op je profiel. Daarentegen is het percentage mensen dat zich zorgen maakt over de informatie die over hen te vinden is op internet afgenomen van 40% in 2006 tot 33% in 2010.
Vindbaar vs onvindbaar
67% van de internetters maakt zich dus geen zorgen over hun online reputatie. En als je zorgvuldig omgaat met de informatie die je plaatst, de tags in de gaten houdt en je je profiepagina’s alleen toegankelijk maakt voor mensen met wie je informatie wilt delen, is er ook weinig aan de hand. Sterker nog, met goed online reputatiemanagement heb je een streepje voor op anderen, of het nu tijdens het solliciteren of tijdens het daten is. Want wat stel je nog voor als je nauwelijks vindbaar bent?
Het volledige onderzoek vind je hier.
loading...
loading...
facebook, hyves, imago, linkedin, onderzoek, online, PewInternet, reputatie, reputatiemanagement, social media, twitter
Bruikbare social media van de Openbare Bibliotheken
Als we het hebben over social media, hebben we het veelal over informatie die via verschillende kanalen (snel) tussen mensen onderling wordt verspreid. Dat kan handig zijn om bijvoorbeeld een borrel te organiseren met 50.000 man (via Facebook) maar ook om met anderen te discussiëren of antwoord te krijgen op vragen. Want er is altijd wel iemand die het antwoord weet, toch?
Als je echt een goed antwoord wilt, ga je natuurlijk naar de bibliotheek en zoek je het op. Maar je kunt de bibliotheek ook vragen je te helpen om een antwoord te krijgen. Handig! Want je kent het wel. Je doet iets alledaags en op een gegeven moment vraag je je iets af… Zoals: “Goh, hoe worden die nummers op stoplichten eigenlijk vastgesteld?” of “Vaak als ik een goederen trein zie, zijn dat van die gewitte kalktreinen. Waar gaat al die kalk naartoe?” of “De zwarte ‘voel lijnen’ als ik op de fiets een verkeerslicht nader liggen steeds vaker schuin op de weg. Waarom is dat?” Dat waren even drie vragen die ik heb gesteld bij Al@din, de vraagbaak van de bibliotheek. Ze helpen je op weg met je antwoord en deze zijn vervolgens ook door de rest van de wereld in te zien. Voor mijn vraag over de ‘voellijnen’ namen ze bijvoorbeeld contact op met een bedrijf dat deze aanlegt.
Al@din stopt, maar nu is er Ibi!
Al@din stopt echter vanaf 1 juli 2010 maar men kan nu terecht op de modernere versie, te vinden op ibi.bibliotheek.nl . Zo kwam al na 1 dag daar een mooi antwoord binnen op de stoplichten vraag. En heb je een vraag, maar geen computer bij de hand? Dan kan je ook gewoon de mobiele versie gebruiken. Daarnaast worden RSS Feeds en Widgets aangeboden.
Maar er waren ook al…
Zijn dit soort initiatieven nieuw? Niet echt misschien. Zo zijn er bijvoorbeeld al jaren websites als Answers.com en Yahoo Answers en toonde Herman Kienhuis (Sanoma) me begin vorig jaar vol trots de mobiele website van Goeievraag.nl. Goeievraag.nl pakt het zelfs een stuk meer ‘social” aan. Zo kan je ook een vraag stellen via Twitter, wat bij een andere Nederlandse website Kwero.nl bijvoorbeeld weer niet kan.
Kan Jan en alleman kwaliteit bieden?
Toch ben ik al tijden fan van Al@din geweest om het simpele feit dat een landelijk netwerk van bibliothecarissen antwoord geeft, en juist NIET elke internet gebruiker die denkt een antwoord te moeten geven met alle ‘ondertonen’ die daarmee gepaard gaan. Bij Ibi kan wel iedereen antwoord geven dus ben ik benieuwd hoe dit gaat uitpakken. Al is de kwaliteit van de antwoorden bij Ibi tot dusver net zo geweldig als bij Al@din.
Misschien nog net iets meer social media
Er is altijd ruimte voor verbetering, zoals een paar knoppen “Deel dit met je vrienden” op Facebook, Hyves, Twitter, etc onderaan elke vraag die een mooie toevoeging zouden zijn. Met een aantal single-sign-on oplossingen als Facebook Connect, OpenID of Google Friend Connect zou aanmelden natuurlijk ook drempelverlagend kunnen werken al is het de vraag of juist die drempel misschien wel ook een kwaliteitsdrempel is. De broncode toont bovendien dat er ook nog wel wat aan zoekmachine optimalisatie kan worden verbeterd, maar dat zijn details waar men zich nu over kan gaan buigen.
Ibi is vooral een leuk en mooi uitgewerkt concept dat misschien niet met kwantiteit van Goeievraag.nl zal kunnen winnen, maar wel met kwaliteit en dat lijkt me gezien het concept uiteindelijk meer waard. De content zou nog wat meer ‘social’ gemaakt kunnen worden, maar met een mobiele versie, widgets en RSS Feeds zijn ze al een aardig eind op weg.
(Geschreven door Godfried van Loo, Creative Director & Founder Yocter b.v.)
loading...
loading...
al@din, aladin, antwoord, bibliotheek, goeievraag, ibi, kwaliteit, kwero, media, social, social media, vraag, yahoo





